Historie van Dierenartsenpraktijk Beilen

De historie van Dierenartsenpraktijk Beilen is geheel te traceren tot 1910. In dat jaar vestigde veearts Date Mensema zich hier als eerste gediplomeerde dierenarts. Voordat Mensema in Beilen ging werken, waren er echter ook al anderen actief met het bestrijden van ziektes onder dieren in Beilen.

Lees meer over onze (voor)geschiedenis aan de hand van de persoonsbeschrijvingen van de dierenartsen hieronder. Deze persoonlijke verhalen zijn hier en daar onderbroken door blauwe tekstvlakken. Daarin staan historische schetsen van onze praktijk en van de algemene, veterinaire geschiedenis in ons land.

Omstreeks 1830-1850: 'empirist' Gerrit Kelder

Voordat Date Mensema als eerste, gediplomeerde veearts zijn praktijk opende in Beilen, waren hier al twee ongediplomeerde 'dierenartsen' werkzaam geweest. Gerrit Kelder, arbeider te Wijster, was zo'n 'empirist', die onder meer in Beilen werkte. De geneesmiddelen voor het vee leverde hij zelf. In januari 1846 vroeg de burgemeester van Beilen aan gouveneur Kelder schriftelijk toestemming om Kelder zijn praktijk voort te laten zetten 'omdat hij veel vee genas'.

1856-1910: zelfbenoemde veearts Nathan Frank

Nathan Frank staat in 1856 al in het bevolkingsregister van Beilen genoteerd als: 'veearts (zelfbenoemd)'. Vanwege de aantoonbaar langdurige uitoefening van zijn veeartsenpraktijk, werd hij in 1893 door het ministerie van Binnenlandse Zaken benoemd tot ongediplomeerde veearts in Beilen. In oktober 1900 benoemde de gemeenteraad van Beilen 'veearts' Frank tot toezichthouder van de veemarkt.

In de 19de eeuw braken er regelmatig besmettelijke veeziekten uit, zoals mond-en-klauwzeer, de longziekte, hondsdolheid, de pokken, schurft en de runderpest. Zodra er een ziekte uitbrak, werden de veemarkten gesloten.


Gediplomeerde veeartsen

De Rijksveeartsenijschool te Utrecht werd pas in 1820 opgericht en vanaf dat jaartal duurde het nog een tijd tot er in ons land overal voldoende gediplomeerde veearten zijn. Tot die tijd worden de boeren geholpen door mensen die vooral kundig zijn in het verlossen van dieren.

1910-1933: veearts Date Simon Roelf Mensema

De eerste gediplomeerde dierenarts die zich in Beilen vestigde, was Date Simon Roelf Mensema (1880-1973). Hij werd in 1910 door de gemeentebesturen van Beilen en Westerbork aangesteld als gemeentelijke veearts. Mensema was in 1907 afgestudeerd aan de Veeartsenijschool in Utrecht. Met zijn gezin ging hij in 1910 wonen in Beilen aan de Stationsstraat A-13 (nu Stationslaan 6-8). Mensema liet in 1917 zijn huis verbouwen en in 1924 bouwde ernaast een dierenartsenpraktijk met schuur van spoorbielzen, aan de Stationslaan 10.

Aanvankelijk deed Mensema zijn werk op de fiets en motorrijwiel, hij legde gemiddeld 100 km per dag af. Tijdens zijn tachtigste verjaardag verklaarde hij: 'Ik had praktijk van Zweeloo tot de Friese grens.' De dichtstbijzijnde dierenarts woonde destijds in Assen. In januari 1933 verkoopt hij zijn huis en praktijk voor ƒ 14.000,-. Hij bleef tot 1935 nog wel gemeenteveearts en werd later keuringsdierenarts.

Opleidingen tot vee- en dierenarts

Naast de Rijksveeartsenijschool in Utrecht, die in 1820 was opgericht, kwam in 1918 de Veeartsenijkundige Hoogeschool. Deze 'hoogeschool' werd in 1925 verbonden aan de  Utrechtse Universiteit. Toen ontstond de huidige Faculteit Diergeneeskunde, waar alle dierenartsen in Nederland opgeleid worden.

1933-1954: veearts Elle Hendrik Koning

Degene die de praktijk in 1933 van Mensema koopt, is dierenarts Elle Hendrik Koning (1904-1991). Lien Assies, met wie hij in het overnamejaar trouwt, wordt de achterwacht.

Koning was een harde werker en dominante figuur. Hij stond bekend om zijn opvallende en soms grappige uitspraken, die niet altijd in goede aarde vielen. Na een voorspoedig verlopen runderverlossing, waarvoor veel mensen waren opgetrommeld, zei hij bijvoorbeeld tot de tevreden boerin: 'Ja, het ging goed hoor en volk genoeg, maar er zat er niet één goeie bij!'. Nadat Koning de praktijk in 1954 verkocht had, werd hij hoofd van de Vleeskeuringsdienst in Ommen en ging hij wonen in Hardenberg.


Van veearts naar dierenarts

In het midden van de 20ste eeuw nemen kleine huisdieren een steeds belangrijkere plaats in bij hun eigenaren en daarom ook binnen de dierenartsenpraktijken. In de eerste helft van de twintigste eeuw was iedere dierenarts altijd veearts. Halverwege de 20ste eeuw ontstaan echter vooral in de steden kleine dierenartsenpraktijken. Deze heten tegenwoordig gezelschapsdierenpraktijken. Paarden horen nu ook bij de gezelschapsdieren, maar dit is een ander specialisme met een andere aanpak.

1954-1966: dierenarts Klaas Goudberg

Klaas Goudberg (1916-1988) was slagerszoon en vanwege de Tweede Wereldoorlog pas in 1952 afgestudeerd. Samen met dierenarts Wichers neemt hij de praktijk in 1954 over van Koning. Goudberg en Wichers delen de praktijk in tweeën. Goudberg neemt voor ƒ 62.500,- het huis en het zuidelijk deel van de praktijk over. De echtgenote van Goudberg, Ethy Bolhuis, beantwoordt de telefoon en doet de administratie.

Goudberg was een tegenpool van zijn voorganger Koning en een bescheiden, ambtelijke man die precies en nauwgezet praktiseerde. Daarom is het niet verwonderlijk dat hij nogal baalde toen het hem niet lukte om via een sneetje in een varkensoor een bloedmonster te nemen omdat het varken tegenstribbelde. Hij verzuchtte: 'Overal bloed, behalve in het flesje!' Goudberg reed een Volkswagen Kever, waaraan hij zeer verknocht was. Zijn enig kind, een dochter, wordt zelf ook dierenarts en trouwt met een dierenarts. Nadat hij zijn deel van de praktijk in 1966 verkocht, is hij gaan werken bij de Veeartsenijkundige Dienst in Groningen.

1954-1988: dierenarts Jan Berend Wichers

Jan Berend Wichers (1928) is boerenzoon en studeert af in 1954. Samen met Klaas Goudberg neemt Wichers in 1954 de praktijk over van Koning. Wichers koopt het noordelijke deel van de praktijk en bouwt twee jaar later een nieuw huis aan de Esweg 127. Tot die tijd huurt hij de bovenverdieping van het huis van Goudberg. Zijn vrouw, Ger van de Brink, verzorgt de telefoondienst en administratie. Naast zijn werk als dierenarts deed Wichers ook veel bestuurlijk werk.

Wichers hield er kennelijk wel van om mensen voor het lapje te houden. Zo zei hij voor de grap tot een boer nadat hij de bijspenen van een koe had verwijderd: 'Oh, nu heb ik de verkeerde spenen afgeknipt!'  De samenwerking tussen Goudberg en Wichers was goed. In 1988 verkoopt Jan Berend Wichers zijn praktijk aan Jaap Wiechers, met wie hij al sinds 1973 geassocieerd was.


1966-2000: dierenarts Gerrit de Weerd

Boerenzoon Gerrit de Weerd (1939), afgestudeerd in 1965, neemt in 1966 de praktijk en het huis van Goudberg over. Roelie Meester, met wie hij in 1966 trouwt, neemt de telefoondienst waar en doet de administratie. Gebaseerd op de mond-en-klauwzeer-entingen, die runderen krijgen als ze vier maanden oud zijn, telt de praktijk bij de overname ongeveer 6.000 runderen. Dit aantal zal in de komende decennia snel toenemen. De toename van de veestapel is een van de oorzaken waardoor De Weerd en Wiechers in 1989 associëren; de vroegere praktijk van dierenarts Koning wordt weer één geheel. Andere redenen voor de samenvoeging zijn: meer regelgeving vanuit de overheid, de uitbreiding van de werkzaamheden en de nascholing en specialisatie van dierenartsen.

Een mooie anekdote over De Weerd vindt plaats bij een boerenfamilie op Smalbroek. De Weerd was daar koeien aan het tubercullineren. Dit is het testen van runderen op rundertuberculose via een ader in de nek. Terwijl De Weerd daarmee bezig was, liep de boer per ongeluk met zijn rug tegen de naald aan en werd geïnjecteerd. De dosering voor koeien is tien maal sterker dan die voor de mens. De boer heeft zeven dagen met griepverschijnselen in bed gelegen, maar herstelde daarna weer volledig.

Specialisatie veeartsen

Naast de specialisering van dierenartsen voor gezelschapsdieren, vindt in de jaren tachtig en negentig nog een andere specialisatie plaats: die van veeartsen. Zij gaan zich in deze tijd richten op één diersoort: varkens, kippen of runderen enzovoort. Deze tendens wordt ingegeven door de schaalvergroting van de veehouderij. Steeds meer dezelfde dieren worden in steeds grotere bedrijven bijeengehouden. Dit vergt specialistische dierenkennis.

1973 - 2003: dierenarts Jaap Wiechers

Jaap Wiechers (1948) studeert in 1973 af als dierenarts. Zijn vader werkt als controleur bij het ministerie van Landbouw. De jonge dierenarts komt eerst als assistent en later als associé in de praktijk van Wichers te werken. In 1988 neemt hij dit praktijkdeel over. Zijn vrouw Hennie de Groot wordt de achterwacht. Een jaar later fuseert Wiechers met De Weerd, zodat de twee dierenartspraktijken in Beilen weer één geheel worden. Naast de toename van de veestapel en de regeldruk, is een andere oorzaak voor de fusie dat het begeleiden van veehouders in deze periode gangbaarder wordt; dit vergt meer tijd per bedrijf.

Een mooi verhaal over Wiechers tijd als dierenarts vindt 's nachts plaats. Hij krijgt een paniektelefoontje en spoedt zich naar Hooghalen; een hond heeft spacecake opgegeten. Nadat Wiechers uitleg heeft gekregen over wat spacecake is, verklaart hij dat de hond high zou worden, wat inderdaad ook gebeurde.


1990 - 2003: dierenarts Geert Weggemans

Boerenzoon Geert Weggemans (1959) wordt nadat hij afstudeerde in 1989 in 1990 in de associatie opgenomen. Gaandeweg specialiseert hij zich geheel op paarden, in het bijzonder vruchtbaarheidsbegeleiding en de aan- en verkoopkeuringen.

Weggemans was altijd aan het werk. Op een dag verscheen hij nogal geschrokken op de praktijk. Hij had een klap van een paard gekregen. De assistente vroeg hem daarop: 'En hoe is het nu met het paard dan?' Hij was even stil, maar kon er later wel om lachen.

Het digitale tijdperk

In de jaren negentig worden de computer en mobiele telefoon gemeengoed. Deze hebben tot gevolg dat het dierenartsenwerk efficiënter wordt uitgeoefend. Tegelijkertijd worden de eisen die aan de administratie worden gesteld nog zwaarder. Mede hierdoor komen er naast de gespecialiseerde dierenartsen in deze tijd ook meer dierenartsenassistentes in de praktijken werken. De assistentes - tegenwoordig paraveterinairen genaamd - nemen grotendeels het werk over dat vroeger vaak werd gedaan door de echtgenotes van de dierenartsen.

1994 - 2014: dierenarts Jan van Duyn

Jan van Duyn (1961) studeerde af in 1988 en gaat in 1994 bij Dap Beilen werken. In zijn eigen woorden is hij gespecialiseerd in: 'Koeien, assistentes en boerinnen. En niet altijd in deze volgorde.' Jan is een heel sociale man, hij denkt altijd aan iedereen. Zo zorgt hij goed voor 'zijn meisjes', ze krijgen bijvoorbeeld allemaal een roos op Valentijnsdag.

Een mooie anekdote over Jan gaat over zijn eerste, nieuwe auto. Als hij er na het werk weer in wil stappen, staat de bolide niet meer waar hij hem op de oprit van de Asserweg heeft geparkeerd. Hij kijkt rond en ziet hem met de koplampen omhoog in een sloot liggen. De oprit loopt schuin af, kennelijk was hij de handrem vergeten. Nadat een kraan de auto uit de sloot had getrokken, kon hij erin verder rijden met een vuilniszak als achterruit. Jan wilde sindsdien nooit meer een nieuwe auto. Een paar weken later overkomt zijn collega, dierenarts De Weerd, precies hetzelfde.


Nieuwe ruimte in een nieuwe eeuw

Aan het einde van de vorige eeuw was de praktijkruimte van Dap Beilen te krap geworden. In 1999 verhuisde de praktijk naar het huidige adres aan de Eusingerweg 10 in Beilen. De nieuwe praktijk, waar Dap Beilen nog steeds is gevestigd, bestaat uit een losstaand, efficiënt gebouw met moderne praktijkruimtes, zonder woonruimte.

Inmiddels is ook het gebouw aan de Eusingerweg te klein geworden. In 2018 en 2019 zal het geheel verbouwd en uitgebreid worden met een nieuwe kantoorruimte, een geautomatiseerde apotheek en gebitsruimte.

Inmiddels werken nieuwe generaties betrokken dierenartsen en paraveterinairen bij Dap Beilen. Zij hebben onze praktijk tot een van de meest vooruitstrevende in Nederland gemaakt. Ons team voor de gezelschapsdieren kun je hier bekijken.

Bron

De inhoud van deze pagina is grotendeels gebaseerd op het artikel 'Dierenartsen in Beilen in de 20ste eeuw', dat geschreven is door Gerrit de Weerd,  gepensioneerde dierenarts in Beilen. Het werd gepubliceerd in het tijdschrift Historische Vereniging Gemeente Beilen (30ste jaargang, nummer 1, 2018).